In het kort
- 40 dB op de perceelgrens is de wettelijke grens, vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving en van kracht sinds 1 april 2021.
- Met een aparte nachtstand mag het overdag 45 dB zijn. De rekenregels trekken er dan 5 dB van af. Zonder die stand geldt 40 dB de hele dag.
- De opstelplaats doet meer dan het toestel. Afstand tot de erfgrens en reflecterende muren wegen mee in de berekening — en zijn vaak goedkoper op te lossen dan een omkasting.
Hoeveel geluid maakt een warmtepomp?
Op die vraag bestaat geen algemeen getal: het geluidsniveau van jouw toestel staat op het datablad van dat toestel. Maar het getal dat daar staat, is niet wat je in de tuin hoort — en daar komt de meeste verwarring vandaan.
Wat er op het datablad staat
Fabrikanten geven meestal een geluidsvermogen op: hoeveel geluid de unit in totaal uitstraalt. Dat is een eigenschap van het apparaat en verandert niet met de afstand. De norm gaat over iets anders, namelijk het geluidsniveau op een plek — bij jou op de erfgrens. Dat niveau neemt af naarmate je verder van de unit staat en neemt toe als het geluid tegen muren terugkaatst.
Een toestel met «54 dB» op het blad overtreedt de norm van 40 dB dus niet automatisch: die twee getallen meten niet hetzelfde. Om te weten of je opstelling voldoet, moet het vermogen van het toestel worden omgerekend naar het niveau op de erfgrens. Hoe dat gaat, staat in de volgende sectie.
Waarom dezelfde pomp bij de buren anders klinkt
Vier dingen bepalen wat er aan de andere kant van de schutting overblijft:
Afstand tot de erfgrens
Verdubbel je de afstand, dan zakt het niveau merkbaar. Dit is de goedkoopste knop die je hebt.
Harde vlakken vlakbij
Een unit in een hoek tussen twee muren kaatst zijn geluid terug de tuin in; een vrije opstelling niet.
De richting van de uitblaas
Een ventilator die naar de buren blaast, klinkt anders dan een die van ze af blaast.
Waar hij op staat of hangt
Aan een gevel of op een plat dak gaan trillingen de constructie in, en die draag je bínnen verder dan door de lucht.
Wat mag een warmtepomp wettelijk aan geluid maken?
Sinds 1 april 2021 geldt er een landelijke grens. Het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaalt dat een installatie voor warmte- of koudeopwekking die buiten staat, op de perceelgrens met een naburige woning ten hoogste 40 dB mag veroorzaken. Voor andere installaties aan een gebouw ligt die grens op 30 dB.
Belangrijk is de slotzin van dat artikel: die 40 dB wordt berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels. De grenswaarde staat dus in het besluit, maar hoe je eraan rekent staat in de Omgevingsregeling — en daar zit een bepaling die het praktische antwoord verandert.
De stille stand bepaalt of je overdag 45 dB mag maken
De rekenregels maken onderscheid tussen een dagperiode (7.00–19.00 uur) en een avond- en nachtperiode (19.00–7.00 uur), maar alleen als de installatie voor die perioden afzonderlijke instellingen heeft. Is dat zo, dan wordt het gemeten niveau in de dagperiode gecorrigeerd met −5 dB. Netto: een unit met een aparte avond- en nachtstand mag overdag 45 dB produceren en 's nachts 40 dB.
Waarom dit uitmaakt bij de aanschaf. Heeft een toestel géén aparte nachtstand, dan geldt 40 dB de klok rond en verlies je die 5 dB speelruimte. De stille modus is daarmee geen comfortoptie maar een voorwaarde die meeweegt in de berekening. Vraag er dus expliciet naar, en vraag ook of hij standaard aanstaat.
Hoe die 40 dB wordt berekend
Het is een berekening, geen meting met een telefoon-app. De methode werkt met het geluidsvermogen van het toestel, de opstelplaats, de afstand tot de erfgrens en de vlakken die geluid terugkaatsen. Twee dingen verrassen daarbij vaak:
- Er wordt gerekend met het maximale toerental dat bij de gekozen instelling hoort, niet met een gunstig gemiddelde;
- De uitkomst hangt aan jouw tuin: een schuurtje of een zijmuur kan twee identieke opstellingen verschillend laten uitpakken.
De Rijksoverheid heeft er een rekentool voor laten maken en installateurs maken de som voor jouw opstelling. Laat dat doen vóór je tekent: verplaatsen is duurder dan meteen een andere plek kiezen.
Perceelgrens, of raam en deur?
Welk meetpunt geldt, hangt af van de situatie. Staat de unit bij een woning op een ander perceel dan de buren, dan geldt de 40 dB op de perceelgrens. Gaat het om twee woningen op hetzelfde perceel, dan geldt diezelfde 40 dB bij een te openen raam of deur van de aangrenzende woning — een punt dat vaak dichter bij de unit ligt en dus strenger is. Deze eisen horen bij het plaatsen van de installatie; loopt het daarna alsnog mis, dan lopen de routes zoals hieronder.
Gratis advies om je huis goedkoop te verwarmen
Bel Selectra voor het voordeligste energiecontract en bespaar geld (gratis dienst)
Gratis advies om je huis goedkoop te verwarmen
Onze energie-experts zijn nu telefonisch gesloten. Vraag een gratis terugbelverzoek — we bellen je terug.
Geluidsoverlast: de buren klagen, of jij hebt last
Dit is de situatie waarin de meeste mensen gaan zoeken, en meestal staat de unit er dan al. Een gesprek komt er vrijwel altijd sneller uit dan een procedure.
Wat je eerst doet
- Check of de nachtstand aanstaat. Veel toestellen hebben er een en veel installateurs zetten hem niet aan — de goedkoopste oplossing die er is;
- Noteer wanneer je last hebt. Alleen 's nachts? Alleen bij vorst? Dat verschil wijst naar een oorzaak;
- Vraag om de berekening. Bij een recent geplaatste unit hoort een som te zijn waaruit blijkt dat de opstelling voldoet;
- Praat met de buren vóór je meldt. Vaak weten zij niet dat hun toestel bij jou hoorbaar is, en een andere stand kost hun niets.
Waar je het meldt als praten niet helpt
De grens uit het Besluit bouwwerken leefomgeving is een publiekrechtelijke regel, en de gemeente is het loket; in de praktijk voert een regionale omgevingsdienst de controle uit. Zij kunnen laten vaststellen of de opstelling voldoet en handhaven als dat niet zo is. Sommige gemeenten hebben eigen beleidsregels voor buitenunits, waarin bijvoorbeeld staat hoe ze met de stille stand omgaan — kijk of die van jou erbij zit.
Wat er juridisch nog meer meespeelt
Naast de bouwregels bestaat het burenrecht: het Burgerlijk Wetboek verbiedt onrechtmatige hinder aan een naburig erf, en geluid valt daaronder. Dat is een aparte route via de civiele rechter, waarin onder meer de aard en de duur van de hinder meewegen en of er redelijke maatregelen mogelijk zijn.
Het gevolg: voldoen aan de 40 dB is niet automatisch het einde van het verhaal, en andersom is niet elke ergernis onrechtmatig. Wij publiceren hier bewust geen uitspraken als richtlijn — de gepubliceerde zaken lopen te ver uiteen en de uitkomst hangt sterk aan de omstandigheden. Overweeg je die route, laat je dan juridisch adviseren.
Mijn warmtepomp maakt een raar geluid
Niet elk geluid is een probleem, en niet elk probleem is een defect. Wat je hoort zegt meestal iets over waar het vandaan komt.
Wat je hoort en wat het meestal betekent
Brommen
laag, ook binnen voelbaar
- Waar het meestal vandaan komt
- Trillingen die via de bevestiging of de leidingen de constructie in gaan, niet via de lucht
- Wat je doet
- Bevestiging en trillingsdempers. Een omkasting helpt hier weinig
Constant zoemen
- Waar het meestal vandaan komt
- Een hoog toerental, bijvoorbeeld omdat de stille stand uitstaat
- Wat je doet
- Instellingen en stooklijn laten nakijken
Fluiten of piepen
- Waar het meestal vandaan komt
- Meestal het koudemiddelcircuit of de ventilator
- Wat je doet
- Laten nakijken; niet zelf op te lossen
Tikken bij starten en stoppen
- Waar het meestal vandaan komt
- Kleppen die schakelen en materiaal dat uitzet
- Wat je doet
- Hoort er meestal bij
Kort veel luider, met damp
vooral bij vorst
- Waar het meestal vandaan komt
- De ontdooicyclus: de unit smelt rijp van de wisselaar
- Wat je doet
- Normaal in de winter. Duurt het lang of gebeurt het vaak, laat het nakijken
Ratelen of bonken
- Waar het meestal vandaan komt
- Een los paneel of iets dat tegen de behuizing zit
- Wat je doet
- Visueel controleren; vaak eenvoudig te verhelpen
Een eerste oriëntatie om het gesprek met je installateur te kunnen voeren, geen diagnose. Een geluid dat plotseling ontstaat of duidelijk verandert, is altijd reden om contact op te nemen — zeker binnen de garantietermijn.
Wat je aan het geluid kunt doen
De volgorde hieronder is niet willekeurig: hij loopt van gratis en effectief naar duur en beperkt. Een omkasting is het bekendste antwoord, maar zelden het eerste dat je zou moeten proberen.
- 1 De plek. Verder van de erfgrens, uit een hoek weg en niet met de uitblaas naar de buren gericht. Weegt in de berekening het zwaarst — en kost vóór plaatsing niets.
- 2 De instellingen. Zet de avond- en nachtstand aan en laat de stooklijn nakijken, zodat de unit niet harder draait dan nodig.
- 3 De bevestiging. Trillingsdempers onder of achter de unit houden trillingen uit de vloer, de muur of het dak.
- 4 Een omkasting. Werkt tegen geluid dat door de lucht komt, mits de luchtaanvoer vrij blijft. Zie de volgende sectie.
Op een plat dak
Een dak lijkt de vriendelijkste plek — ver van de tuin, ver van de buren — maar het is juist de opstelling waar trillingen het makkelijkst de woning in gaan. Een dakvlak is groot en licht en werkt als een klankbord, waardoor het geluid binnen soms beter hoorbaar is dan buiten. Trillingsdempers en een zware, ontkoppelde ondersteuning zijn hier geen extraatje.
Rijtjeshuis en een smalle erfgrens
In een rijtjeshuis staat de unit vaak in een smalle tuin of een pad tussen twee schuttingen. Dan werken twee dingen tegen je: de erfgrens ligt dichtbij en het geluid kaatst tussen de harde vlakken heen en weer. De opstelplaats is hier bijna altijd bepalender dan het toestel — soms volstaat een meter verplaatsen of een kwartslag draaien, en dat is vóór plaatsing gratis.
Appartement en de binnenunit
Staat de buitenunit op een gedeeld dak of aan een gemeenschappelijke gevel, dan heb je meestal toestemming van de VvE nodig. En de binnenunit maakt zelf ook geluid: geen brullende ventilator, maar een hoorbaar zoemen dat vervelend is naast een slaapkamer. Betrek die plek dus in het gesprek met je installateur — achteraf verplaatsen betekent leidingwerk openbreken.
Omkasting: wat werkt en wat juist niet
Een geluiddempende omkasting is de bekendste maatregel, en hij kan zeker helpen — maar met één harde voorwaarde. Milieu Centraal noemt hem expliciet als optie en zegt er meteen het belangrijkste bij: «Zet de kast 20 cm van de schutting, dat is nodig voor de aanzuiging van lucht.»
Of een kast bij jou iets oplost, hangt af van wélk geluid je hoort. Dat is de vraag die je vóór de aanschaf stelt, en het antwoord is niet één keer ja:
Hier werkt een kast
- Het ruisen en zoemen van de ventilator;
- geluid dat je in de tuin of bij de buren hoort;
- een unit die vlak bij een terras of schutting staat.
Alleen mits
- De luchtaanvoer vrij blijft — Milieu Centraal noemt 20 cm tot de schutting;
- je de vrije ruimtes uit de handleiding van jóuw toestel aanhoudt;
- de kast de unit niet raakt, anders draag je trillingen juist over.
Hier werkt hij niet
- Laagfrequent brommen dat je bínnen voelt: dat reist door de constructie en loopt onder je kast door;
- een te krappe kast maakt het zelfs erger — de unit zuigt zijn eigen koude lucht opnieuw aan, werkt harder en wordt luider.
Die laatste is de bekende teleurstelling: een kast tegen het brommen, en binnen nauwelijks verschil. Zit het geluid daar, begin dan bij de bevestiging en de opstelplaats.
Zelf maken of op maat laten maken
Zelf bouwen kan prima, mits je de maatvoering uit de handleiding aanhoudt en werkt met open delen aan de aanzuig- en uitblaaszijde. Een dichte houten kast die er strak omheen zit, is het klassieke misverstand. Kant-en-klare en op maat gemaakte kasten hebben die luchtdoorvoer ingebouwd en gebruiken vaak geluidsabsorberend materiaal aan de binnenkant. Laat de kast altijd los staan van de unit: raakt hij het toestel aan, dan draag je trillingen juist over.
Trillingsdempers
Vaak de goedkoopste ingreep met het meeste effect, en hij pakt een ander soort geluid aan dan een kast. Trillingsdempers zitten tussen de unit en waar hij op staat of hangt, en houden trillingen uit de vloer, de muur of het dak — precies het geluid dat je bínnen hoort. Een set kost een fractie van een omkasting.
Een stille warmtepomp kiezen
Geluid is van bijzaak naar aankoopcriterium geschoven, en dat is terecht: het is de eigenschap waar je na de installatie het minst nog aan kunt veranderen. Vier dingen om te vragen vóór je tekent:
Vragen voor je installateur
- Het geluidsvermogen van dít type, niet van de productlijn — binnen één serie verschillen de waarden.
- Is er een aparte avond- en nachtstand, en staat die standaard aan? Zonder die stand geldt overdag 40 dB in plaats van 45 dB.
- De berekening voor jouw opstelplaats, op papier, vóór de installatie.
- Wie het verplaatsen betaalt als de opstelling niet blijkt te voldoen.
Over welk merk het stilst is publiceren wij bewust geen ranglijst: er bestaat geen vrij toegankelijke, onafhankelijke Nederlandse vergelijking van warmtepompgeluid, en een lijstje op basis van fabrikantopgaven meet vooral wie het gunstigst rapporteert. Wat wél helpt: vergelijk de opgegeven waarden van de toestellen die jouw installateur voorstelt, en laat voor elk de som voor jouw tuin maken.
Eén type profileert zich nadrukkelijk op geluid: de Quatt warmtepomp. Wat een toestel kost staat op onze pagina over de kosten van een warmtepomp; twijfel je tussen volledig elektrisch en hybride, dan speelt geluid mee omdat een hybride opstelling een kleinere buitenunit heeft.
Veelgestelde vragen over het geluid van een warmtepomp
Er bestaat geen landelijke minimumafstand tot de erfgrens. Wat er wél is, is de eis dat de installatie op de perceelgrens niet meer dan 40 dB veroorzaakt — en hoe dichter de unit bij die grens staat, hoe lastiger dat te halen is. Vlak tegen de schutting is dus niet per definitie verboden, maar de opstelling moet die som wel doorstaan. Vraag je buren naar de berekening en check of jullie gemeente eigen beleidsregels heeft voor buitenunits.
Twee oorzaken tegelijk. Bij lage buitentemperaturen moet de unit harder werken voor dezelfde warmte, dus draaien ventilator en compressor op een hoger toerental. Daarnaast slaat er bij vorst rijp neer op de buitenwisselaar, die de pomp periodiek wegsmelt met een ontdooicyclus — korte tijd duidelijk luider, vaak met een zichtbare dampwolk. Dat is normaal; alleen als het erg vaak gebeurt of lang duurt, laat je het nakijken.
Meestal wel, en dat komt door het vermogen. Bij een hybride opstelling vangt de cv-ketel de koudste dagen op, waardoor de buitenunit kleiner kan zijn dan bij een volledig elektrische installatie. Een kleinere unit verplaatst minder lucht en maakt doorgaans minder geluid. Het blijft wel een buitenunit met een ventilator, dus dezelfde 40 dB op de perceelgrens geldt onverkort.
Voor je eigen beeld kun je een app gebruiken, maar zo'n meting zegt formeel niets. De norm werkt met een voorgeschreven berekening bij het maximale toerental, met de opstelplaats en reflecterende vlakken erin verwerkt — en je telefoon meet ook wind, verkeer en vogels mee. Wil je het hard maken, laat de berekening dan doen of schakel via de gemeente de omgevingsdienst in.
Bronnen & verificatie
Besluit bouwwerken leefomgeving, artikelen 4.107 en 4.108 (geluid van bouwwerkinstallaties) · Omgevingsregeling, artikel 5.59 en bijlage XVII (rekenmethode installatiegeluid) · Informatiepunt Leefomgeving — geluid van bouwwerkinstallaties · Milieu Centraal — warmtepomp: tips en uitleg .
Verder over warmtepompen